Alle

Circulaire economie: hoe voedselreststromen worden omgezet in eiwitten

Elk jaar wordt in Europa voor 132 miljard euro aan voedsel weggegooid. Het grootste deel daarvan wordt verbrand.

📋 Belangrijkste punten

  • De EU verspilt jaarlijks meer dan 59 miljoen ton voedsel, met een geschatte waarde van 132 miljard euro.
  • Larven van de Black Soldier Fly (BSF) zetten organische voedselreststromen om in eiwit, vet en meststof – een proces dat insectenbioconversie wordt genoemd.
  • BSF-eiwit heeft een CO2-voetafdruk van 1,5 kg CO2-equivalent per kilogram, tegenover 10 kg voor rundvlees.
  • De EU heeft insecteneiwit toegelaten in voer voor aquacultuur (2017) en in voer voor pluimvee en varkens (2021), waarmee een grote gereguleerde markt is geopend.
  • Oostenrijk produceert jaarlijks voor 1 miljard euro aan vermijdbare voedselverspilling – een van de grootste onbenutte kansen binnen de circulaire economie in Europa.

Denk aan de laatste keer dat u een overrijpe banaan, wat slappe groente of pulp na het persen van sap weggooide. Vermenigvuldig dat beeld vervolgens met alle boerderijen, voedselproducenten en supermarkten in Europa.

De omvang daarvan is moeilijk te bevatten. Volgens Eurostat verspilt de EU jaarlijks meer dan 59 miljoen ton voedsel, met een geschatte waarde van 132 miljard euro. En daarin is nog niet eens meegerekend wat al op de boerderij verloren gaat voordat het de markt bereikt.

De standaardreactie op het grootste deel van deze reststromen is al decennialang dezelfde: verbranden, composteren of verwerken in een biogasinstallatie. Dat zijn op zichzelf geen slechte oplossingen. Tegelijkertijd neemt de vraag naar dierlijke eiwitten sterk toe. Naar verwachting ligt die in 2050 52% hoger dan nu. Europa importeert daarnaast bijna 89% van zijn fosfaatmeststoffen uit politiek instabiele regio’s. Daardoor wordt steeds duidelijker hoeveel waarde er verloren gaat.

Wat is de circulaire economie?
De circulaire economie is een economisch model dat afval wil voorkomen door grondstoffen en materialen zo lang mogelijk in gebruik te houden, daar zoveel mogelijk waarde uit te halen en producten en materialen aan het einde van hun levensduur opnieuw terug te winnen en te benutten. Toegepast op voedsel betekent dit dat organische reststromen niet worden gezien als afval dat moet worden afgevoerd, maar als input voor nieuwe productiecycli.

Wat als dit afval eigenlijk helemaal geen afval is?

Waar komt het voedselafval in Europa eigenlijk vandaan?

Bij voedselverspilling denken veel mensen meteen aan een overvolle prullenbak in de keuken. In werkelijkheid is het probleem veel breder. In de EU ontstaat voedselverspilling in de hele voedselketen: van het land en de fabriek tot bij de consument thuis.

Volgens het Europees Milieuagentschap ziet de verdeling er ongeveer zo uit:

  • Huishoudens zijn de grootste bron en zijn verantwoordelijk voor ongeveer 55% van alle voedselverspilling.
  • Voedselverwerking en -industrie voegen jaarlijks ongeveer 24 kilogram per persoon toe.
  • Landbouwbedrijven dragen ongeveer 10 kilogram per persoon per jaar bij, nog voordat voedsel het veld verlaat.

Een minder besproken deel van het probleem zijn de agrarische nevenstromen. Dit zijn reststromen die zelden in de aandacht staan: schillen en pulp uit de verwerking van fruit en groenten, mest en drijfmest van veehouderijen, wei die overblijft bij de productie van kaas, en kaf en zemelen uit de graanverwerking. Ton na ton, dag na dag, bij vrijwel elke boerderij en voedselverwerker in Europa.

Als je naar het wereldwijde beeld kijkt, wordt de omvang nog duidelijker. Volgens de Food Waste Index 2024 van het UN Environment Programme bedroeg de wereldwijde voedselverspilling in 2022 ongeveer 1,05 miljard ton. Dat komt neer op ongeveer 19% van al het voedsel dat voor menselijke consumptie wordt geproduceerd.

Anders gezegd: als voedselverspilling een land zou zijn, dan zou het na de Verenigde Staten en China de derde grootste uitstoter van broeikasgassen ter wereld zijn.

Aerial view of European farmland illustrating food production scale
Het Europese voedselsysteem produceert in elke fase van de keten organische reststromen, van veld tot fabriek tot bord.
Foto: Unsplash

1.05 billion tonnes

of food wasted globally in 2022 alone — 19% of all food produced for human consumption

Waarom het verbranden van voedselreststromen geen circulaire oplossing is

Verbranding verandert een grondstoffenprobleem in een verliesprobleem. Je wint één keer energie, maar daarna is de rest voorgoed verdwenen.

Decennialang leek het een logische oplossing om organische reststromen naar verbrandingsinstallaties of biogasinstallaties te sturen. Je haalt er immers energie uit. Dat telt. Wat daarbij vaak buiten beeld blijft, is alles wat erin gaat en nooit meer terugkomt.

Neem fosfor. Dit is een eindige, niet-hernieuwbare grondstof zonder synthetisch alternatief, en tegelijk essentieel voor voedselproductie. Europa importeert bijna al zijn fosfaat, een groot deel uit geopolitiek instabiele regio’s. Wanneer fosforrijke organische reststromen worden verbrand, wordt dat fosfor niet gerecycled. Het gaat definitief verloren.

Hetzelfde geldt voor de eiwitten, vetten en micronutriënten die in voedselreststromen zitten. Voor de productie daarvan zijn land, water en energie gebruikt. Toch worden ze uiteindelijk verbrand en bestempeld als afvalverwerking.

De circulaire economie stelt een andere vraag. Niet: hoe raken we dit zo goedkoop mogelijk kwijt?
Maar: hoe halen we er zoveel mogelijk waarde uit terug?

Die verschuiving in denken verandert alles wat daarna volgt.

Wat is insectenbioconversie en hoe werkt het?

Het klinkt misschien als een nichetechnologie. In werkelijkheid is de wetenschap erachter allesbehalve klein.

Een van de meest interessante ontwikkelingen binnen onderzoek naar de circulaire economie van de afgelopen jaren draait verrassend genoeg om iets vrij eenvoudigs: insecten. In het bijzonder de Black Soldier Fly. Deze soort blijkt uitzonderlijk efficiënt in het omzetten van organische reststromen in drie waardevolle producten tegelijk.

Wanneer de larven worden gevoed met voedselreststromen, ontstaan er drie nuttige outputs:

  • Hoogwaardig eiwit, geschikt voor onder meer diervoeder, aquacultuur en petfood
  • Insectenvet, dat kan dienen als alternatief voor conventionele oliën in industriële toepassingen en diervoeding
  • Frass (insectenmest), een zeer nutriëntrijke organische meststof die onder andere fosfor terugbrengt in de bodem

Ook op klimaatgebied is het verschil opvallend. Levenscyclusanalyses laten zien dat de productie van eiwit met larven van de Black Soldier Fly ongeveer 1,5 kg CO₂-equivalent per kilogram eiwit uitstoot. Ter vergelijking: bij rundvlees ligt dat rond de 10 kg voor dezelfde hoeveelheid eiwit.

Onderzoek gepubliceerd in Frontiers in Sustainability laat daarnaast zien dat het gebruik van larven om voedsel- en landbouwreststromen te verwerken de methaanuitstoot tot wel 80% kan verminderen ten opzichte van traditionele vormen van afvalverwerking.

🐄 Beef protein

~10 kg

CO₂-equivalent per kg of protein

🪲 Insect protein

~1.5 kg

CO₂-equivalent per kg of protein

Wat deze aanpak praktisch maakt, en niet alleen theoretisch, is de flexibiliteit ervan. De larven zijn namelijk weinig kieskeurig. Fruitschillen, graanresten, persresten uit de wijnproductie, overschotten uit de zuivelindustrie en pluimveemest kunnen allemaal dienen als voedingsbodem. Als de beschikbaarheid van de ene reststroom seizoensgebonden afneemt, kan een andere die rol opvangen.

Ook op grotere schaal blijkt deze aanpak goed te werken. Een Nederlandse studie beschreef dat in Nederland jaarlijks ongeveer 20.000 ton insecteneiwit uit voedselreststromen wordt geproduceerd. Een case study in Oeganda liet daarnaast zien dat het gebruik van BSF-frass als meststof de maïsopbrengst met 30% verhoogde. Het gaat hier dus niet om verwachtingen of theoretische aannames, maar om resultaten die in de praktijk zijn vastgesteld.

Larven van de Black Soldier Fly kunnen vrijwel elke organische reststroom verwerken – van fruitschillen tot graankaf.
Foto: Envato

Is insecteneiwit toegestaan in de EU? Dit zeggen de regels

Lange tijd vormde regelgeving de grootste belemmering. Eiwitten afkomstig van insecten bestonden al, en er was ook vraag naar. Echter ontbrak het wettelijke kader om ze op grote schaal in diervoeding te gebruiken.

Daar kwam verandering in 2017, toen de EU insecteneiwitten toestond in voer voor aquacultuur. In 2021 werd die toelating uitgebreid naar pluimvee- en varkensvoer. Vooral die tweede stap opende vrijwel meteen een veel grotere markt.

Daarnaast heeft de EU inmiddels bindende doelstellingen voor het verminderen van voedselverspilling ingevoerd. Lidstaten moeten tegen 2030 het afval uit voedselverwerking met 10% verminderen en de verspilling bij retail en huishoudens met 30% terugdringen. Voor voedselproducenten en -verwerkers betekent dit toenemende druk om betere toepassingen te vinden voor hun organische reststromen, en hogere kosten als dat niet gebeurt.

De markt beweegt mee met deze ontwikkelingen. Volgens IPIFF kan de productiecapaciteit van insectenmeel in de EU tegen 2030 oplopen tot ongeveer 1 miljoen ton per jaar. Wereldwijd groeit de markt voor insecteneiwit in diervoeding naar verwachting met ongeveer 22% per jaar, tot een waarde van 3,6 miljard dollar in 2031.

De regelgevende deur staat inmiddels open. De commerciële markt begint zich tegelijkertijd snel te ontwikkelen.

Tijdlijn EU-regelgeving

2017 — Insecteneiwitten toegelaten in voer voor aquacultuur (EU 2017/893)

2021 — Uitbreiding naar voer voor pluimvee en varkens (EU 2021/1372)

2030 — Bindende doelstellingen voor het verminderen van voedselverspilling treden in werking in alle lidstaten

Oostenrijks voedselverspillingsprobleem, en de kans voor de circulaire economie

Oostenrijk behoort tot de landen met het grootste aandeel biologische landbouw ter wereld. Tegelijkertijd beschikt het over enkele van de grootste onbenutte organische reststromen van Europa.

Oostenrijk loopt binnen de EU voorop als het gaat om biologisch beheerd landbouwareaal. In 2023 werd bijna 27,4% van alle landbouwgrond biologisch beheerd. Daarmee ligt het land al boven de EU-doelstelling van 25% in 2030. Dat is een prestatie om trots op te zijn. Tegelijkertijd betekent het ook dat Oostenrijk, van de dalen tot in de Alpen, elke dag grote hoeveelheden agrarische nevenstromen produceert.

En daar wordt het interessant. De sectoren die in Oostenrijk de meeste organische reststromen voortbrengen, zijn geen verre industriële spelers, maar vormen juist de ruggengraat van de landelijke economie:

Austrian Alpine landscape representing the country's agricultural heritage and rural economy
De kleinschalige, regionaal verspreide landbouw in Oostenrijk maakt het land bijzonder geschikt voor modulaire circulaire systemen.
Foto: Unsplash

Wat Oostenrijk bijzonder geschikt maakt voor circulaire systemen, is precies wat de landbouw daar kenmerkt: kleinschaligheid, familiebedrijven en een spreiding over verschillende regio’s. Een modulaire aanpak, waarbij reststromen direct worden verwerkt op de boerderij of locatie waar ze ontstaan, sluit veel beter aan op deze structuur dan sterk gecentraliseerde industriële oplossingen. Daardoor hoeven reststromen niet eerst het hele land door te worden vervoerd en kan de kringloop worden gesloten op de plek waar die begint.

Waarom circulaire-economiebedrijven steeds meer impactinvesteerders aantrekken

Wat deze sector vanuit investeringsperspectief interessant maakt, gaat verder dan alleen het duurzaamheidsverhaal.

Bedrijven die circulaire systemen rond organische reststromen ontwikkelen, brengen niet simpelweg een nieuw product op de markt. Ze lossen twee problemen tegelijk op:

  • Ze bieden landbouw- en voedselbedrijven een goedkoper en efficiënter alternatief voor afvalverwerking.
  • Tegelijk produceren ze waardevolle grondstoffen – zoals eiwitten, vetten en meststoffen – die dure geïmporteerde materialen kunnen vervangen.

Dit tweezijdige model is moeilijk te kopiëren en zorgt voor een sterke economische basis. Bovendien is het businessmodel niet afhankelijk van één prijsfactor. Wanneer de kosten voor afvalverwerking stijgen, wordt de oplossing aantrekkelijker. En wanneer voer- of grondstofprijzen stijgen, neemt ook de waarde van de geproduceerde outputs toe.

Bij Invesdor kijken we naar bedrijven waarbij de impactcase en de financiële case elkaar versterken. De circulaire economie rond organische reststromen is daar momenteel een van de duidelijkste voorbeelden van. De onderliggende technologie is volwassen, de regelgeving beweegt in de juiste richting en de marktvraag zal naar verwachting blijven groeien.

De kern van het verhaal

Een bananenschil is geen afval. Fruitpulp is geen afval. Pluimveemest is geen afval. Het zijn stromen die eiwitten, vetten en mineralen bevatten, en waarvoor eerder land, water, energie en tijd zijn ingezet.

Wanneer deze stromen worden verbrand, gaat die opgebouwde waarde in één keer verloren. De circulaire economie vraagt er niet om minder efficiënt te werken. Ze vraagt om eerlijker te kijken naar wat efficiëntie werkelijk betekent.

In een wereld waarin de vraag naar eiwitten blijft stijgen, de import van meststoffen een geopolitiek risico vormt en voedselverspilling Europa jaarlijks meer dan 132 miljard euro kost, is het juist efficiënt om waardevolle reststromen niet langer als afval te behandelen.

Lush green plants representing sustainable agriculture and the circular economy
De circulaire economie is geen nicheconcept, het is een fundamentele herziening van hoe we met grondstoffen omgaan.
Foto: Unsplash

De technologie is er al. De regelgeving ontwikkelt zich mee. De enige vraag die overblijft, is of het kapitaal zal volgen.

Meer inzichten zoals deze?

Elke maand delen we onderzoek, marktupdates en investeringskansen op het snijvlak van impact en rendement. Geen ruis, geen spam, alleen de inzichten die u nodig heeft om doelgericht te investeren.

We schreven eerder bijvoorbeeld over bedrijven zoals Kipster, de boerderij die het voedselsysteem opnieuw vormgeeft met duurzamere landbouw en de kringloop sluit tussen voedselverspilling en voedselproductie.

Dat is het soort circulair model waar wij naar kijken. Meer van dit soort kansen volgen.

Schrijf u in voor de Invesdor-nieuwsbrief en mis niet wat ertoe doet.

Veelgestelde vragen

Wat is insectenbioconversie?

Insectenbioconversie is het proces waarbij insectenlarven – meestal die van de Black Soldier Fly (Hermetia illucens) – worden gebruikt om organische reststromen om te zetten in waardevolle producten, zoals eiwitmeel, vet en frass als meststof. De larven voeden zich met voedselresten en agrarische nevenstromen en worden vervolgens verwerkt tot voederingrediënten die conventionele alternatieven kunnen vervangen.

Is insecteneiwit in de EU toegestaan in diervoeding?

Ja. De EU heeft in 2017 insecteneiwitten toegelaten in voer voor aquacultuur (Verordening (EU) 2017/893). In 2021 werd die toelating uitgebreid naar voer voor pluimvee en varkens (Verordening (EU) 2021/1372). Insecteneiwit is momenteel binnen de EU nog niet toegestaan in voer voor herkauwers.

Hoeveel CO₂ veroorzaakt insecteneiwit in vergelijking met rundvlees?

Levenscyclusanalyses laten zien dat larven van de Black Soldier Fly ongeveer 1,5 kg CO₂-equivalent per kilogram geproduceerd eiwit uitstoten. Voor rundvlees ligt dat rond de 10 kg voor dezelfde hoeveelheid. Daarmee is insecteneiwit ongeveer 6 tot 7 keer minder koolstofintensief.

Hoeveel voedsel wordt er in Oostenrijk jaarlijks verspild?

Oostenrijk produceert jaarlijks ongeveer 1 miljoen ton voedselafval, wat neerkomt op ongeveer 134 kilogram per persoon. Ongeveer 58% daarvan is afkomstig van particuliere huishoudens. De landbouw is verantwoordelijk voor circa 30% van de vermijdbare voedselverspilling, met een geschatte waarde van bijna €1 miljard per jaar. Het aandeel circulair materiaalgebruik in Oostenrijk ligt momenteel op 14,3%, tegenover een EU-doelstelling van 18% in 2030.

Wat is frass en waarom is het relevant?

Frass is het organische bijproduct van insectenkweek: een mengsel van insectenuitwerpselen, vervellingsresten en achtergebleven voedermateriaal. Het is bijzonder rijk aan voedingsstoffen en werkt als organische meststof, waarbij onder meer fosfor en stikstof terug naar de bodem worden gebracht. Veldproeven laten zien dat BSF-frass de gewasopbrengst met tot 30% kan verhogen ten opzichte van conventionele bemesting. Daarmee is het een belangrijk product binnen circulaire systemen op basis van insectenkweek.